Didactische structuren

Didactische structuren zijn onmisbare tools in de gereedschapkist van een leraar. Bij iedere les kan hij deze structuren gebruiken om zijn onderwijs boeiender en effectiever te maken, waarbij de leerlingen in hoge mate betrokken zijn. Het is belangrijk bewust te zijn van het feit dat de structuren verschillende functies hebben, zodat je de juiste structuur inzet op het goede moment. Anders sla je met een schroevendraaier een spijker in de muur. Het zal best lukken, maar het kan sneller en effectiever met een hamer.

Didactische structuren dragen bij aan de interpersoonlijke en de onderwijsinhoudelijke functies.

De interpersoonlijke functies zijn:

  • Klasbouwers (activiteiten voor de hele groep)
    • Verbeteren sfeer in de groep, net zoals TeamBouwers positieve relaties onder teamgenoten in de hand werken
    • Kan gebruikt worden met leerstofinhoud en zonder leerstofinhoud
    • Leerlingen horen andere ideeen en andersmans standpunten
    • Leren elkaar beter kennen en respect krijgen voor de ander
    • Altijd: sta op, loop rond, veel korte contacten.
  • Teambouwers
    • Enthousiasme, wederzijds vertrouwen en ondersteuning creëren voor het team van 4 leerlingen.
    • Gaan beter en vriendschappelijker met elkaar om.
    • Het team ontwikkelt een teamidentiteit.
    • Leerlingen hebben het gevoel dat ze erbij horen en daardoor eerder bereid elkaar te helpen.
    • Wil om samen te werken wordt gestimuleerd.
    • Altijd: Fun, nooit leerstofinhoud, makkelijk voor iedereen.
  • Sociale vaardigheden
    • De wil om samen te werken is niet hetzelfde als de kunst van het samenwerken.
    • De didactische structuren bieden de mogelijkheid tot het oefenen van deze vaardigheden op een natuurlijke wijze in de gewone lessen.
    • Denk aan: op je beurt wachten, luisteren, helpen, prijzen, bedanken.
  • Communicatievaardigheden
    • De interactie tussen leerlingen draagt bij aan het ontwikkelen van communicatievaardigheden. (luisteren, spreken, schrijven, lezen)
    • De leerlingen leren om hun boodschappen op een accurate manier over te brengen. Verbaal en non-verbaal.
  • Besluitvorming
    • Door didactische structuren een doordachte en eerlijke manier van besluitvorming dan bijvoorbeeld democratisch stemmen (waarbij er altijd leerlingen zijn die het niet eens zijn met een besluit en dus niet gemotiveerd en betrokken). Bijvoorbeeld door de structuur: op volgorde zetten, Consensus & Schrijven, Voors & Tegens.
    • Brengen hun standpunten onder woorden, tonen respect voor elkaars standpunten en bereiken consensus.
    • Leren tot een Win-Win oplossing te komen die aan de behoefte van alle leerlingen voldoen. Ze verbeteren hun vaardigheden op het gebied van consensus bereiken en conflicten oplossen en krijgen een hechtere band met elkaar.

De onderwijsinhoudelijke functies zijn:

  • Beheersing (van stof)
    • Didactische structuren die bijdragen aan het vergaren en onthouden van kennis in het semantische geheugen.
    • De interactie tussen leerlingen vindt streng gestructureerd plaats, met als doel feiten en informatie vergaren.
    • Leerlingen bouwen aan hun kennisbasis en vermogen om belangrijke fouten en informatie direct naar boven te halen.
  • Procedureel leren
    • De interactie tussen leerlingen is gericht op het verwerven van vaardigheden en procedures
    • De leerlingen ontwikkelen schoolse vaardigheden.
  • Informatie-uitwisselen
    • Stop tijdens een les af en toe om de leerlingen tijd te geven de informatie te verwerven (informatie verwerven kan max 10 min. Daarna is het als blijven schenken in een vol glas)
    • Als je tussendoor stopt om de leerlingen te laten verwerken dan wordt de informatie aangevinkt om opgeslagen te worden in het lange termijn geheugen, waardoor deze veel beter wordt onthouden. Hierna is het werkgeheugen weer vrij voor nieuwe informatie. Mensen onthouden meer van wat ze zeggen of doen dan van wat ze horen.
    • De bijpassende structuren zijn gericht op het herhalen of bespreken van de zojuist verkregen informatie.
  • Denkvaardigheid
    • De interactie tussen de leerlingen vindt plaats op een manier die de verschillende denkvaardigheden activeert en ontwikkelt. Zoals kritisch en creatief denken.
    • Denken is een vaardigheid die door oefening ontwikkeld wordt. De leerlingen leren denken door te denken.
    • Kritisch denken is: analyseren, categoriseren, deduceren, evalueren,induceren,perspectief nemen, voorspellen, problemen oplossen, samenvatten.
    • Creatief denken is: brainstormen, symboliseren, onderzoeken, synthetiseren.
  • Informatie presenteren.
    • De interactie tussen de leerlingen vindt simultaan plaats. Ze bespreken de informatie of werkstukken allemaal tegelijk.
    • Aan de hand van de didactische structuren voor het aanbieden van informatie kunnen de leerlingen hun ideeën, oplossingen of werkstukken efficiënt met elkaar bespreken of behandelen.

 

IMG_5184

Oefenen met sociale vaardigheden en procudereel leren tijdens Vraag&Ruil

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s